Historiek
| Beginperiode |
| Was het 1965 of 1966 ? Niemand weet het nog met stellige zekerheid wanneer Jaak
(De Bie), Mon (De Bondt) en de Meys (William Meysman) in het Brouwershuis op de
Markt in Opwijk besloten om een koortje op te richten. De grote chef Jaak
schermt met wat familiale gebeurtenissen om te bewijzen dat het 1965 was en we
zullen het daarbij dan ook
houden.
Enfin. Kort nadien vonden ze nog drie anderen die vonden dat hun cultureel leven een injectie nodig had - den boer (Paul Vermeiren), Pierre (Ringoot) en Eric ( De Bie) - bereid mee in de boot te springen. Aldus vormden ze een onvervalst sextet. De vaste repetitiedag (vrijdag) en de plaats (Temmershof) werd vastgelegd. En toen kon het allemaal beginnen. Er werd duchtig gerepeteerd in vier stemmen: Mon en den boer zongen tenor, Pierre en de Meys tweede stem, Jaak derde en Eric bas. Vierstemmig met zes man ! Allez, beter dan omgekeerd. Het ABC van Mozart, Elsje von Tharau, het Gondellied, Tinneken van Heule werden bedwongen, vaak met bloed, zweet en tranen omdat , behalve de dirigent en de Meys niemand muziek kon lezen. Het eerste optreden dateert van 13 december 1968, in het Temmershof voor de Bond der Grote Gezinnen. Recette: 200 fr. Voor het volgende optreden, het Humorfestival van de VTB in het Brouwershuis op 17 januari 69, werd de naam Monmeysjapiripa-sextet bedacht. Die niet erg originele naam had te maken met de naam van de zes leden : Mon : Mon De Bondt, meys : Wim Meysman, ja : Jaak De Bie, pi : Pierre Ringoot, ri : Eric De Bie, pa : Paul Vermeiren.
Het sextet trad nadien nog twee maal op, telkens voor de VTB : op 10 januari 70 voor het Driekoningenfeest in het Brouwershuis en op 16 januari 70 voor de Hutsepot.
Kort nadien vervoegden Eric Mertens, Jef Van Mulders en Kamiel De Bie de
groep en was het gedaan met het sextet. De vrijdagavond bleef behouden als repetitiedag maar de plaats van het gebeuren werd de garage van koorlid Kamiel, in de Dorpssteeg. |
| Groeiperiode |
In het begin van de jaren zeventig kwamen steeds meer leden de groep vervoegen. Ook de ambities werden verlegd : Er werd keihard gerepeteerd, meestal in functie van één of ander optreden en deze werden legio. Aldus werd een uitgebreid repertoire uitgebouwd dat hoofdzakelijk bestaat uit religieuze liederen, klassiek-romantische liederen van o.a. Mozart, Beethoven, Schubert, Mendelssohn-Bartholdy en vooral hun ‘specialiteit’ volksliederen uit alle landen. Dit leidde tot een aantal hoogtepunten : eerst een promotie naar de eerste afdeling en in 1994 naar uitmuntendheid bij de provinciale Commissie voor Cultuur en Schone Kunsten, twee TV-optredens en een opname van een LP ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan.
Maar ook de 'ontspanning' werd niet vergeten. Na de repetities werd verzamelen geblazen in ons 'stamlokaal', eerst bij 'Tavieken', later bij de 'de Lou' , in 'de Zwaan' bij Julienne, Nicolle en Pat en ten slotte in ''t Spaans Hof' bij Maria (nu 'Thursdays' bij Vik). Elk jaar waren er wat nevenactiviteiten : kiekerenbloed eten bij Marcel en Maria, mosselsouper in de kelder van de familie De Smedt-Pira, driekoningen zingen (ooit eens op een autoloze zondag met paard en kar van Mon). |
| Recente periode |
In het begin van de jaren negentig traden een aantal 'jonge' stemmen binnen. Dat was voor de chef meteen het sein om eens zelf te zorgen voor een avondvullend optreden. Het eerste concert was dan nog buiten de eigen regio : in september 90 vertegenwoordigt het koor de Vlaamse Gemeenschap ter gelegenheid van de koningsfeesten in de Kathedraal van Eupen.
Vanaf dan was het hek helemaal van de dam. Ongeveer tweejaarlijks kwam er een concert : zilveren jubileumconcert (90), kerstconcert (91), Studentikoos (93), Venerabilis (95), Romance (97), Kerstconcert (99), Serata Italiana (2000), Gaat vreemd (03), Pompeloere (2005). Het minder muzikaal aspect werd zeker ook niet verwaarloosd : behalve de traditionele activiteiten ( kiekerenbloed, mosselsouper, ...) kwam er ook ruimte voor andere zaken : weekends, fietstochten, nachtwandelingen, trippentrips, ... |
| Stamcafés |
De repetities gaan door in de slecht klinkende en in de winter bar koude, garage van koorlid en archivaris Kamiel. Elke vrijdagavond (behalve in de maand juli) wordt er afgetrapt om 20 uur. Om 22 uur wordt de repetitie officieel afgesloten met een 'gij zijt bedankt' van de dirigent. Tijdens de tien minuten durende pauze wordt door de meeste aanwezigen een pilsken bier of een druppelken gedronken. Dat geestrijk vocht is een milde schenking van de 'verjaarders'( zie ledenpagina) van die week. Na de repetitie gaan de meesten (zij die mogen én pree gekregen hebben van hun wederhelft) eens drinken in het stamcafé.
Het allereerste stamcafé was bij Tavieken (of bij 'Petterken', of 'In 't lieg plafon' of 'De drie gapers'). Daar geraakten we zelfs binnen als de bewoners al gaan slapen waren want Staf kon met zijn sleutel de deur openen. Jef en Tavieken stonden dan maar noodgewongen, maar zéker niet slecht gezind, terug op. Daar, bij Jef en Tavieken , is vanalles gebeurd : gewoon gekaart en bakgeschoten, 'gevoegd' (een door meester Nand uitgevonden spel en dat er altijd op uitdraaide dat er ne keer gedronken werd), 'egdeken geschoten', gezongen van 'Een cowboy ging es rijden...' wijl de houten toog als trommel werd gebruikt; daar werd de jongmansbroek van Staf met de aanwezige affichen in brand gestoken en (bij gevaar mag en moet iedereen blussen) terug uitgepist; daar werd ooit een geacht bestuurslid in een doodskist (Jef was ook doodskistenmaker) onder begeleiding van luguber tromgeroffel binnengebracht; daar werd de allerlaatste sigaret van de Meys in den plafond gepleisterd; daar werd ... altijd veel plezier gemaakt, vooral misschien omdat we daar vaak alleen waren.
Toen Jef en Tavieken het voor bekeken hielden, zijn we verhuisd naar de Schoolstraat, bij de Lou, zingend lid van het koor, die daar staminee was beginnen houden met zijn vrouw, Genieken van Tonen van Lonkskes. Ook daar was 't elke week van 't zelfde : kaarten, voegen, egdeke schieten, zingen, drinken, plezier maken en 's zaterdags van : 's morgens word ik wakker met een houten kop, mijn ogen zijn nog moeilijk ....
Van de Schoolstraat zijn we verhuisd naar de Kerkstraat in 'De Zwaan'. Daar hebben we drie bazinnen versleten : Julienne, Nicolle(ken) en Pat. Ook daar konden we gelukkig onze activiteiten verder zetten. Alhoewel. Die keer dat de stoof uitgebroken werd ...
In juli 2005 werd 'Thursdays' een detail in de geschiedenis en afgebroken. We moesten terug op zoek naar een ander lokaal. Op aanraden van Dirk en Danny werd er uitgeweken naar café 'In de garage' bij Marie-Louise (de dochter van Finneken die een paar maanden voordien was gestorven). De activiteiten van toen zijn er niet meer bij, behalve nog eens zingen. De verstandhouding, de samenhorigheid, de vriendschap, dát is allemaal gebleven. |