1990 : Zilveren jubileumconcert / Tekst Dirk Dierickx

Gelukkig beschikken wij over een archivaris die in het dagelijkse leven bij de belastingen werkt. Punctualiteit is hem dus niet vreemd. Toen we echter met Miel in diens archieven van het zangkoor doken, stonden we versteld. Hebben wij dat allemaal meegemaakt ? En hebt gij dat allemaal van jaar tot jaar bijgehouden ? "Jong,ge zaa ter nen boek kînn over schrôéven !"

Mooie en droeve gebeurtenissen hebben zich in die 25 jaar afgespeeld.Voor de droeve hebben we geen archief nodig want de gedachtenis aan onze overleden koorvrienden staat in ons geheugen gebeiteld. Eerst Jan De Logi. Hij stond er op de repetities stillekes en profijtig bij, maar hij genoot. De deugd die hij van die wekelijkse zangstonden had, ze droop eraf.

En dan, enkele jaren later Mon De Bondt, Mong va Pa. "Da zaa in dôénen boek é lank oeéfstik zijn. Mong kost nî allieén zingen lèk as een lèster,è kost oeék een kompanie ammezeern : zijnn trîk mét da mès, aan de kaai van ’t schipperskwartier, de zésdoûgse, liet poet liet daar hedde de zjiep, "

Het zijn alleen nog mooie herinneringen. Mon, een van de steunpilaren van de tweede stem, hij was zo fier over zijn koor maar de schoonste momenten, op artistiek gebied dan, heeft hij niet meer kunnen meemaken. Eén anekdote moeten we toch nog kwijt over Mon. We moesten eens de H.Mis opluisteren in de grote kerk van Laken. Wat de meesten onder ons niet wisten was dat er ook een internationaal gereputeerde organist een paar stukken ging spelen. Opwijkenaars en muzikanten zoals we zijn, op nen ik en ne gij hadden we op ’t doksaal kennis gemaakt en Mon deed ook zijn duit in het zakje: "ja kameroût, in zoeé en groeéte kérrék késter speeln, dad és oeék gieé lache zeker ?" De man keek Mon eens geringschattend aan en we zagen ook nog onze dirigent achter zijn partituren wegkruipen. Na de mis hebben we die organist nog naar de Midi gevoerd om zijn trein te halen want hij moest ’s anderendaags in Marseille nog een orgelrecital ten beste geven.

Nog niet zo lang geleden verloren we Nand, voor de jongsten onder ons meester Van Der Straeten. Er is tijdens de Pie Jesu in de uitvaartmis menige traan weggepinkt.Hij had toch zo’n spijt dat hij zo slecht kon zingen maar was als bestuurslid een van de steunpilaren. Nand, jong, sinds dat ge ons verlaten hebt, hebben we in ons lokaal na de repetities nog genen ene keer durven "schoilleke schietn".

De mooiste momenten van ons 25-jarig bestaan opschrijven, dat is niet gemakkelijk. Ten eerste omdat we over ons eigen moeten schrijven en dan moogt ge niet te veel stoefen of ze zouden u voor dikke nek verslijten. Ten tweede voor de kameraden zangers omdat ge kritiek zult krijgen, zo van :"ge zèt darre en da vergeetn". We doen dus bijna blindelings ne greep uit het archief van Miel.

In totaal hebben we reeds 271 keer opgetreden. Dat is zo’n kleine twintig keer per jaar want in de beginjaren, toen we van een sextet tot een echt mannenkoor uitgroeiden, kenden we nog niet zoveel liekes en was ons openbaar leven nog beperkt. In ’84 hadden we een recordjaar met 23 uitvoeringen. Nu, tijdens ons jubileumjaar hadden we er slechts 13. Daarover echter niet getreurd want dat is wegens de zware repetities tegenwoordig. Het is ook een beetje zoals bij de koers : ge zijt beter met enkele klassiekers te winnen dan met een hele resem kleine koerskes.

Ons eerste optreden dateert van 13 december 1968, in het toenmalige Temmershof voor de Bond der Grote Gezinnen. Dat was in de tijd toen er nog grote gezinnen gemaakt werden. Recette: 200 fr.

Een van de constanten die we in onze boeken terugvinden zijn onze deelnames aan de H.Mis in de tent ter gelegenheid van Nanovestraatkermis. In ’89 was het maar liefst de 18e maal dat we die mis zongen en gedurende al die jaren hebben we geen enkele keer onze prijs aangepast : 500 fr voor de kas en twee pinten de man. Ook dit jaar in september stonden sommigen klaar om uit te rukken maar toen bleek dat er een onverlaat op de onzalige gedachte was gekomen om die misviering in de tent af te schaffen.

Het koortreffen in ’73 te Opdorp, tussen gereputeerde groepen. We waren er met een klein harteke naartoe getrokken maar kregen van de voorzitter van het A.N.Z. de hoogste vermelding. Eén opmerking had hij :" Waarom toch die handen in die broekzakken ?". Tot op heden loochent elk lid alle schuld.

Een der tofste belevenissen zal voor velen onder ons toch het Driekoningenzingen geweest zijn in januari ’74 tijdens een van die autoloze zondagen. Als Sadam Hoessein zo blijft tekeer gaan is dat evenement misschien voor herhaling vatbaar. Met paard en kar en een paar bakken Op-ale tussen onze voeten trokken we erop uit en we bezochten wel 18 huizen. We verloren onderweg wel een paar leden. "Bevangen door de koude", zo heette het. De meesten sloten die avond echter foutloos af.

De studiedagen van J.O.B. in te Herzogenrath, "va vee in Doitsland", hebben we ook opgeluisterd met een muzikale ontspanningsavond. Het was de eerste keer dat we met het koor ergens bleven slapen. "Een unieke belevenis, gewoon fantastisch", schreven de organisatoren ons achteraf. Enkele dagen later waren ze nog meer verbijsterd toen ze de leeggedronken bakken bier telden.

Schellebelle hebben we ook een paar keren onveilig gemaakt. Onder meer toen onze tenor Herman De Bie daar afscheid nam als pastoor om in het leger aalmoezenier te gaan spelen. Na het zingen was de Witte Geeurickx daar geweldig in forme, onze voorzitter, die elk jaar tijdens onze mosselsouper zijn plaats verkiesbaar stelt maar telkens wordt herkozen. Hij naaide er onder meer een glas water aan het plafond en vertelde of liever, speelde er zijn mop over "Sozef en meneer den baron".

Toen we daar in Schellebelle enige tijd later een huwelijksmis hielpen verzorgen heeft de plaatselijke koster water en bloed gezweet. Met heel die bende op dat klein doksaaltje ! En dan was er nog ene bij, ongeschoren, en in Tiroler verkleed en gewapend met een trekzak omdat hij in de mening verkeerde dat we een boerenbruiloft gingen opluisteren. Toen enkele "gatspooéters", om de koster te treiteren, tijdens de preek, demonstratief de tabakszak met blaadjes bovenhaalden, werd het de brave man teveel. "Al wa da ge wilt, moû gieén sigarétten smoeéren in de kérrék", zo siste hij. Om ons te paaien haalde hij dan maar een doos "moembolln" boven en wij van onze kant, om hem te plezieren hebben die doos leeg gegeten.

Een apart hoofdstuk in de historiek van ons zangkoor vormt uiteraard onze dirigent die er, als medestichter, al bij is van in het prille begin. "Jaak, jongen, wij zijn er ons van bewust hoeveel water en bloed wij u al doen zweten hebben, vooral op de wekelijkse repetities in de garage van Miel. Maar ge moet toch ook al veel schone momenten met ons beleefd hebben. Anders zoudt ge u daar geen 25 jaar met hart en nieren voor inzetten."

We hebben hem ook enkele keren goed liggen gehad. Zoals die keer, in december ’75, toen hij voor een klein operatief ingrijpen in het ziekenhuis lag. We zijn hem met heel de bende gaan bezoeken en dat we nogal leute gemaakt hebben moeten wij er niet bij vertellen. We zijn met de groep nog in klinieken geweest, ter gelegenheid van geboortes en zo, maar het was, geloof ik toch, die keer dat er in de kliniek van Dendermonde meer doktoors in witte kiel rondliepen dan dat er die dag van dienst waren. We hebben die avond afgerond met een heuse café chantant in ik weet niet meer welke staminee van Sint Gillis.

Nog meer perpleks stonden zijn Enny en hij in de zomer van ’88 ter gelegenheid van zijn ik weet niet meer de hoeveelste huwelijksverjaardag. Onder het mom dat Jef Cochez iets te vieren had, werden zij door diens vrouw Agnes in den Broevink, ten huize Cochez, uitgenodigd voor nen tête à tête. Ge moest hun gezicht gezien hebben toen ze tijdens hun entree door het voltallige koor onthaald werden op het lijfstuk "Hoezee zij leven lang". Het werd een echte feestavond met gezongen misviering, "barbetjoe", kampvuur en heel den troela. Iedere zanger had een eigen nummer voorbereid en als klap op de vuurpijl zongen we een aantal oude liederen die we onder leiding van Jef Cochez hadden opgefrist. We hadden zelfs in het geheim een nieuw liedje geleerd. Opnieuw verbazing !

Kortom, we vierden een dirigent en zijn vrouw en we kregen er in solden een nieuwe dirigent bij. Een reserve, die ons later nog van pas is gekomen.

Eén van de hoogtepunten van ons bestaan was zeker ons B.R.T.-optreden in een docudrama over de 19e- eeuwse componist Emile Wambach, naar een scenario van Guido De Bruyn, die zo snugger was om voor zijn collegas zangers een rolletje te voorzien. Eerst de klankopname van een van Wambachs liederen in de oude studio op het Flageyplein. Imposant ! Toen uiteindelijk de definitieve klankopname geregistreerd werd, riep de Meys op ’t einde :" w’émmen ém". Veel te vroeg natuurlijk want de technici wensten ook de echo erbij zodat we het hele zaakje konden herbeginnen.

Bij de terugkeer naar huis bleek dat er een verkeerd geparkeerde Opwijkse Audi met een takelwagen was afgevoerd, zodat er al een deel van onze B.R.T.-vergoeding aan hing.

Tegen dat we volgens afspraak in ’t café bij Riksken in Brussegem zaten, hadden er al enkele spuiters onderweg in hun "ôézer" een nieuwe versie gemaakt van Wambachs "Van alle landen die er zijn, behaagt mij ’t allermeest het mijn. Het is er goed om wonen, het brengt juweel nog gouderts voort…" Zingend als volgt kwamen ze de herberg binnen : " Van alle meisjes die er zijn, de schoonste pruim die heeft de mijn. Zij heeft twee dikke billen, zou zij daarom niet willen". In totaal werden er die dag drie nieuwe strofen gebrouwen en naar het schijnt heeft die Wambach nogal liggen woelen in zijn graf.

De maand daarop volgde de filmopname van "Wambach" in het stadhuis van Borgerhout. Met alles erop en eraan : "kamééramannen" , 19e-eeuwse kostuums, kleedsters, schminken...

We werden daar nogal toegetakeld. Zelfs de mannen van het bestuur mochten meespelen als figuranten. En dat allemaal voor twee minuten film. Wij hebben er op video, dank zij de B.R.T., gelukkig meer dan een half uur proefopnames aan overgehouden samen met een machtige portie lachkrampen toen we onszelf achteraf op de beeldband zo uitgedost bezig zagen.

Met "de Waar", hoofdrolspeler Ward De Ravet, konden we ook al dadelijk goed opschieten. "Joenges, gaailen kunt schoeén zinge. As ge wilt meugde baai oens in Sint Zjop in ’t Goeér mé Késsemis de nachtmis zinge. Ik zal da wel reigele mé onze pastoeér." En zo geschiede. We kregen er zelfs ’s nachts een uitgebreid ontbijt op de pastorij. De pastoeér en de Waar waren in alle staten !

Ter gelegenheid van een of ander optreden in Baardegem, alwaar we, gezien de afkomst van Jaak en zijn broers, ook al een abonnement hebben, hadden we al eens een bandopname van onze gezangen gemaakt. Eigenlijk was het al de tweede opname want de Loe had ook al eens een poging ondernomen maar uiteindelijk stond daar niets op. Allee, die tweede opname viel wel mee. Het hek was echter definitief van de dam toen iemand voor het eerst de gevleugelde woorden sprak :"En dammen ne kieé én ploût moktn ? " "Ge zèt gè zeker zot, wétte gè watdatta kost ?" En patati en patata. Tot onze voorzitter met een serieus voorstel op de proppen kwam. Boekhouder zijnde, behoorde tot zijn klanten ene Hans Kusters, Hollander en muziekuitgever te Kobbegem. Hij slaagde er zelfs in om een voor ons gunstige financiële regeling te bedingen. De repetities konden beginnen.

Het Mannenkoor De Bie onder hoogspanning, want we moesten de studio in Aartselaar per uur betalen. Het kwam er dus op aan om het daar zo kort mogelijk te trekken.Het hele geval werd daar in die studio op drie avonden ingeblikt. Een record, zo schijnt het. En het resultaat ? Ge moet maar eens luisteren als ge het nog niet gedaan hebt. We haalden zelfs de muziekrecensies van Fons Dehaes in de klassieke muziekbladzijden van Knack.

Voor de liefhebbers : er zijn nog enkele L.P.-’s te verkrijgen aan een democratische prijs van 350 frankskes. "Mannekes ost aaln, want ’t zèn de léste." Eén probleem hadden we echter. We moesten alle kosten betalen voor we de plaat konden verkopen en onzen bruinen kon dat niet trekken. We zijn er de mensen van het Davidsfonds nog altijd dankbaar voor dat ze ons dat geld wilden voorschieten. We hebben dat later gecompenseerd door op de verschillende zangavonden van het Davidsfonds te Opwijk kwaliteit te brengen.

Dank zij die eerste plaatopname geraakten we zelfs bij Paul Geerts op radio Brabant. Een "portret" van het mannenkoor tijdens een uitzending van liefst een half uur. De brave man wist niet goed wat hem allemaal overkwam toen hij opnames kwam maken tijdens een repetitie, ’s vrijdags.

Met een aantal mensen in de Oostkantons bouwden we ondertussen ook reeds een uitstekende relatie op. We hebben er trouwens enkele fameuze weekend-uitstappen aan overgehouden. Wanneer ge in Crombach, Rodt, Sankt Vith of in Neundorf bij "Mutti" eens een pintje gaat pakken, doe ze dan maar de groeten van het koor uit Opwijk.

’t Is allemaal begonnen in oktober ’85 tijdens een eenvoudig koortreffen in Crombach. De helft van dat dorp heet Schwall en als ge dan ook nog weet dat er bij ons een Schwall meezingt...We werden er ontvangen als koningen. We zongen er nog vrij goed ook en ’s anderendaags waren we na de talrijke "bier- und-schnapsen" nog goed genoeg bij stem om er de Hoogmis op te luisteren. Gelukkig, want de toenmalige pastoor van Crombach stond bekend als ne redelèken dweizn.

’s Zaterdags, ’s middags op restaurant in St.-Vith mochten we van de bazin, bij wijze van aperitief en voor de "Gemütlichkeit", een paar liedekens kwelen. Prompt volgde er een uitnodiging voor het internationale koortreffen van St.-Vith het jaar daarop.

Dat moet daar toen meegevallen zijn want dit jaar werden we er opnieuw uitgenodigd, en nu als gastkoor. Dat wilde zeggen dat we die avond tweemaal mochten optreden in plaats van eenmaal en dat we ’s zondags de Hoogmis mochten zingen.

Dat weekend werd weer één van die hoogdagen van ons koor. De voorraad akkendoten is opnieuw aangevuld. Zoals ’s avonds laat. Er was meer volk boven op de gang waar Guido, een beetje in gezegende toestand misschien, een pianorecital ten beste gaf, dan beneden in de zaal waar het bal aan zijn laatste stuiptrekkingen bezig was.

’s Nachts, in de bar van het hotel, hadden we ook weinig last om Jan zijn lijfstuk, In Tiefen Keller, nog eens te laten ophalen. We kregen er trouwens nog een supplementair optreden. In de zaal van het hotel was namelijk toevallig een trouwfeest bezig en ja, van het een kwam het ander. We zongen er paradoksaal genoeg, "Untreue" en op aandringen van de bruidegom nog een Vlaams liedje, "Waar de dennen fluistren". Nog later waagden een paar farceurs het zelfs om de bruid ten dans te vragen, "weil tanzen mit einer Braut immer Glück bringt". Het lieve meisken dierf niet maar ze moest van haar moeder.

De herinneringen aan onze jongste uitstap eind september zijn nog zo levendig dat wij zowaar het blitzbezoek aan Eupen, de maand voordien, zouden vergeten. In het kader van de culturele activiteiten die overal te lande plaatsvonden ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van onze vorst, traden we er op in de Sint Niklaaskerk. Het was op voorspraak van het Eupener Männerchor, ons grote voorbeeld, die in mei jongstleden de festiviteiten van ons jubeljaar inzetten met een pracht van een concert in onze Opwijkse kloosterkapel.

We kregen er heel wat weerklank in de plaatselijke pers. Het was voor ons tevens het eerste avondvullend concert.We doen dit programma in grote lijnen nog eens over tijdens ons zilveren jubileumconcert, nu vrijdag 14 december om 20 uur in de kapel van het klooster te Opwijk. Allen daarheen !

Huidige samenstelling van het mannenkoor De Bie :

Dirigent : Jaak De Bie

Tenor : Herman De Bie, Pierre De Bleser, André De Ridder, Erik Mertens, Marcel Meysman, Danny Ringoot, Jozef Van Mulders, Odilon Van Rossem en Johan Verhaevert.

2e tenor : Jef Cochez, Dirk Dierickx, Staf Geeurickx en Pierre Ringoot.

Bariton : Eric De Bie, Miel de Bie, Frits Dierickx, Peter Geeurickx, William Meysman en Manfred Schwall.

Bas : Willy Bieseman, Guido De Bruyn, Jan De Ridder, Jos Geeurickx, Jos Hens, Lode Oooms en Roger Vermeiren.

Bestuur : voorzitter is Paul Geeurickx en verder Petrus Bosman, Paul De Smedt, Piet De Smedt, Jan Van der Straeten, Iwein Van Driessche en Swa Van Rossem.

Tekst : Dirk Dierickx

Terug naar zilveren jubileumconcert

 

Terug naar 'Fotoalbum'