Mon De Bondt

Op 2 september 1983 overleed Mon De Bondt. In de beginjaren was hij dé drijvende kracht achter het koor. Hij bezat de ongelooflijke gave om de groep na de repetitie in onze stamkroeg (toen nog bij Petterken) en op feestjes bij mekaar te houden en te animeren.

Elke vrijdag was hij op post. Hij zocht steevast een ander slachtoffer uit om steeds zijn zelfde mop te debiteren. "Jef, wete gij hoe da ze de kinnekes van de Lappen noemen ? Voddekes, ha, ha, ha, ....".

Legendarisch waren ook zijn truk met het grote mes dat hij tot vanonder in zijn keel bracht en zijn verhalen over de zesdaagse. En vaak zong hij bij Petterken (begeleid met tromgeroffel op de houten toog en een kampvuur van overjaarse affiches) zijn lievelingslied : een cowboy ging es rijden ... joepijajee, joepijajoo, ... spookcowboys in de nacht.

Afscheidsrede tijdens begrafenismis

Mon,

Wij voelen ons heel onwennig, nu je niet meer bij ons in het koor staat. Maar groter dan de onwennigheid is ons verdriet, is onze pijn in het niet-begrijpen van het mysterie van de dood. van jouw veel te vroege dood. Het is alles zo snel gegaan, dat we nauwelijks de tijd kregen te beseffen hoe erg je gezondheid was aangetast. En we wilden niet geloven dat je van ons zou heengaan,omdat we je kenden als een optimistisch man, een levensblije vriend, als iemand die straalde van vitaliteit. Gewoon als iemand wiens hart nooit zou begeven. Dat hart van jou, Mon. Het stond wijdopen om vriendschap te geven in volle gulheid, maar het stond ook open om vriendschap te ontvangen. Je was bijzonder blij om de goedheid en eenvoud van anderen, omdat jijzelf op een schitterende wijze goedheid en eenvoud uitstraalde.

We hadden je graag, Mon, je was een voorbeeldig lid van ons koor. Niet omdat je de stichter was, maar omdat je graag zong en in gezelligheid samen waart met ons. Geen repetitie was teveel voor jou. Je was de stiptheid zelf. De eerste daar om nog wat te praten en te lachen, te luisteren, samen te zijn. Hoewel je in de tweede stem zong, was je de eerste. Je was het middelpunt. Je voerde het woord. En je was -o zo graag- het mikpunt van onze plagerijen. Dan kon je zo open en zo stralend lachen. En zo zal je best in onze herinneringen blijven.

Door ons geloof, Mon, weten we dat je nu vanuit de hemel met ons meeleeft. Ik vermoed sterk dat je vanaf één of ander klein podium staat te dirigeren en aanwijzingen te geven hoe we het hier nu verder moeten doen. Zonder jou, maar jouw geest en herinneringen blijven levendig aanwezig. Je geniet nu van de hemelse eenvoud en pracht, en je kijkt je ogen uit op dat eeuwige pijnloze samenzijn met die miljoenen anderen.

Maar lang stilstaan zal je niet. Je moet toch je legendarische moppen vertellen, je verkoopsstand inrichten en je magische nummertjes opvoeren. En God kijkt naar jou, met een glimlach, de heiligen zijn je supporters, zoals wij het hier zo dikwijls zijn geweest.

Maar vooral Mon, ben je nu lid van het volmaaktste koor dat er bestaat. Het hemelkoor. Je zingt er ook de tweede stem, foutloos, zuiver. Geen dirigent zal je moeten verbeteren. Want alles is volmaakt.

Dag Mon. Wij zeggen zoals in het lied dat je zo dikwijls gezongen hebt : je was een goede kameraad, een betere vond men niet ...

Herman.

Terug naar 'Leden'